Al op 21 december ben ik jaarlijks in de ban van de lente.
Dat zit zo. Op 21 december begint de winter en dan beginnen de dagen te lengen en, daar komt ie, na 3 maanden wordt het ook nog eens lente. Heerlijk, dan barst de natuur hartstochtelijk uit zijn voegen, het klatergoud spat van de takken en het gebloesem is bijna erotisch. De kanariegele narcissen trompetteren, de tulpen vertonen divagedrag, de blauwe druifjes wuiven, viooltjes strelen geurig en de anemonen ranonkelen de lente in.
Ik kan niet wachten.
En toen, het begin van deze week, ja het was nog winter, begon het aftellen.
De astronomische lente begon al een paar uur eerder maar daar had ik niks aan want het was nog aardedonker.
En eindelijk, op de ochtend van de 21e sprong ik met een onverwachte, niet meer voor mogelijk gehouden, souplesse uit bed. Ik maakte een kuitenflikker van plezier voordat ik de gordijnen openschoof. Een kille, dreigend grijze begroeting werd mijn deel. Hoezo lente?
Het kwam met bakken naar beneden en het hield de hele dag aan. Zoveel herfst. Maartse buien klonk het misnoegd uit de mond van de weerman.
In een groepje poogden we de stemming er in te houden door een ‘Ode aan de Lente’ te schrijven. We kregen vijf minuten de tijd.
Als de Springbalsemienen ontluiken
En de asperges uit hun bedjes duiken
Barst mijn hart in gedartel
Van een fladderende kwartel
Opstijgend uit het grasgroene groen
Poetst de Lente haar blazoen
De Koningin van de jaargetijden
Het signaal voor de rokjesmeiden
Knoppige narcissen en bottende tulpen
Het gekwinkeleer van een vlucht regenwulpen
De gonzende lenteregen druizelt over het frisgroene weiland
Daar is ze dan, de Lentegodin, heel abundant
Er diende zich een nieuw fenomeen aan. Zomertijd. De zomertijd zou de lente wel een welwillend tikje in de goede richting geven, hoopte ik. Ondertussen stormden de hagelbuien striemend op ons af.
Laat het eerst maar lente worden dacht ik grimmig. De tijd denderde voort en voor ik het wist zat ik een uur te vroeg aan de ochtendkoffie met kleine oogjes en uitzicht op, je raadt het al, een mistroostige wal van regen.
Maar er is hoop, er blijft hoop. Onlangs hebben we, in goed gezelschap en tot onze grote verrassing, de eerste asperges gegeten. Vakkundig bereid door onze gastheer, à point dus niet te hard en niet te slap, met een vers krieltje erbij. De lente walste proevend rond in mijn mond, een sappig vooruitzicht.
Hoezo lente? Het is Lente.
Eén reactie op “HOEZO LENTE”
-
Leuk hoor en hoop die “kuitenflikker” een keer in “real life” te mogen zien
LikeLike
Plaats een reactie