Het Leven is een zoektocht. 

Een open deur van jewelste. Scoren voor open doel en dat kan ik zeker wanneer ik de ongekende Messi in mezelf de ruimte geef. Maar terug naar de open deur, het houdt filosofen al eeuwenlang bezig. Socrates stelde dat ‘een leven dat niet onderzocht wordt, het leven niet waard is’. Volgens de existentialisten, zoals Sartre en Camus, ben je zelf verantwoordelijk om betekenis te geven aan je bestaan. En de door mij geliefde Stoïcijnen zien het leven als een praktijk gericht op innerlijke rust en het ontwikkelen van een veerkrachtige geest.

Destijds bevond ik me in een moreel interbellum, een zoektocht naar het grote geluk dat me tijdelijk verlaten had. De veerkrachtige geest slenterde wat moedeloos, Socrates daagde me uit om het leven maar eens te gaan onderzoeken en Camus wees me op mijn eigen verantwoordelijkheid om wat van het leven te maken. Dat sprak me aan. Die Camus toch. Zelluf doen. Ik riep mijn veerkrachtige geest tot de orde. Kom uit die apathie, verzin een list. Ik parafraseerde Ollie B Bommel maar realiseer me nu dat ik de veerkrachtige geest een opdracht gaf zoals je nu AI inschakelt. Alleen had in die dagen nog niemand, en ik zeker niet, van AI gehoord. De veerkrachtige geest gebood mij de contactadvertentierubriek van de NRC door te spitten. Jahaaa, dat deed ik elke week al en ik werd moedeloos van al die ‘men zegt van mij dat ik aantrekkelijk ben’ dames die, het liefst met een goed glas wijn, gedrapeerd voor de open haard ‘in’ waren voor een goed gesprek. Doe het toch maar vond de Veerkrachtige en Socrates en Camus knikten bemoedigend. Men zegt van mij dat ik een volgzaam type ben(haha) dus ik pakte de krant en sloeg met een fatalistische blik de bewuste pagina op. Warempel, tussen al die Coppelia’s was daar een advertentie van de Dinnerclub. De veerkrachtige in mij maakte een sprongetje. Ik hou van eten en zie een maaltijd als een vehiculum naar een gezellig samenzijn. Het concept van de Dinnerclub was simpel. Een verzameling zoekende zielen deed eerst een of andere activiteit en sloot de happening dan af met een etentje. De activiteit kon samen wandelen, museum bezoeken, punniken, een workshop chocola maken volgen of iets anders cultureels ondernemen. 

Deze keer zouden we gaan parapenten ook wel paragliden genoemd. Nog nooit gedaan, ik verliet luidkeels mijn comfortzone, dus Socrates applaudisseerde in de coulissen. Ik gaf me op bij de organisatie van de Dinnerclub, geen ballotage want er was een mannentekort, en ze keken uit naar mijn komst. Ik had er ook zin in en op de dag zelve toog ik mild gestemd en welgevoed naar de verzamelplek waar reeds donkere wolken samenpakten. Ik sloot me aan bij het groepje mensen dat iets te vrolijk de moed erin hield. De meesten bleken elkaar al goed te kennen van eerdere Dinnerclubavonturen wat mijn vertrouwen in de datingkans niet direct deed toenemen. Enfin, eerst maar eens parapenten. We waren inmiddels compleet, het regende en eenieder zou een tandemvlucht maken en samen met een ervaren parapenter de lucht ingaan. So far so good. De setjes werden samengesteld. Ik voelde me op mijn gemak en dacht slechts ‘als ik maar niet met die ene figuur de lucht in hoef die kijkt me te stuurs’ de rest zag er wel   betrouwbaar uit. En, ja hoor, zoiets dwing je blijkbaar af, ik werd gekoppeld aan de stuurse die nog stuurser ging kijken en er ook niet zo ervaren uitzag. Ik heb het überhaupt niet zo op stuurse mannen, maar wanneer je er ook nog mee moederziel alleen op parapente gaat is dat toch andere koek. Ik kreeg een helm opgezet, dat verhoogt je datingkansen niet, en we werden met een lier opgetrokken en kozen het ruime sop in de lucht. De stuurse zat in mijn nek te hijgen en zei onverstaanbare dingen. Ik voelde me bepaald niet comfortabel. Ik trachtte hem, en wellicht ook mezelf, op zijn gemak te stellen door te wauwelen dat ik zo genoot. Ik voelde dat de filosofen inmiddels handenwringend beneden de strapatsen van ons tandem in de gaten hielden. Dat was niet voor niks, zou blijken. We gingen landen, we raakten de grond, stuiterden weer omhoog, nog een poging, weer stuiteren en toen greep de wind de parapente en werden we door het weiland gesleurd heggen en hekken meeslepend. Ik riep nog ‘ho nou’ maar daar trok de wind en trouwens de stuurse zich niets van aan. De rest van de Dinnerclub was inmiddels wel veilig geland en ik zag tijdens onze landingsprocedure hun verschrikte gezichten. 

Ik was natuurlijk de held van de dag, kon me wentelen in alle aandacht van de bekoorlijke leden en kon maar ternauwernood mijn tot op de draad gehavende, gloednieuwe, spijkerbroek gebruiken om essentiële delen te camoufleren. 

In ieder geval kon Socrates tevreden zijn, ik had onderzocht. Hoe Camus er over denkt weet ik niet want is er nu sprake van zingeving? De Stoïcijn heeft geen innerlijke rust ervaren maar de Veerkrachtige mag tevreden zijn, meer dan tevreden want de zoektocht heeft uiteindelijk tot een happy eind geleid.

Plaats een reactie