ROBERT

Blond, blauw en blakend. Wie wil er nou niet zo uitzien als Robert. Nou, ik wel dus vroeger! En dan dat lachje, ze zouden allemaal voor me smelten. En vervolgens met vanzelfsprekende bravoure als een een jonge Sundance van de hoge rotsen springen in de kolkende rivier deep down under. Maar dat werd dan nog wel even goed oefenen want in die tijd kneep ik mijn neus nog dicht als ik het zwembad insprong. En paardrijden moest ik ook nog even leren. Dus ik vergezeld door een paardrijvriend van wie ik de rijlaarzen had geleend en, vooruit, ook een jockeypetje naar een manage. Na enig gehannes om op zo’n hoog beest te klimmen zat ik in het zadel en kreeg al visioenen dat ik een geboren paardenman zou zijn. We gingen letterlijk en figuurlijk op stap en dat ging uit de kunst. Van Anky van Grunsven had nog niemand gehoord, maar toch. Ik was één met het nobele dier en zag mij al voor de rest van mijn leven verslingerd aan de paardensport. De souplesse waarmee ik meebewoog, vriendelijke klopjes gevend op de hals, al voorzichtig denkbeeldige sporen gaf, ik voelde me groeien in mijn natuurlijke rol als ruiter, de symbiose tussen mens en dier. Totdat, totdat… 

We waren inmiddels met een groepje paarden op het strand aangekomen. Een vredig tafereel zoals ik dat ken van Israëls schilderijen. Ik genoot in dit gezelschap van andere natuurliefhebbers. Totdat er iets geroepen werd door een van die paardrijders en er vervolgens een pandemonium ontstond waarin de paarden plotseling op hol sloegen, althans in mijn beleving, en ik van de ene kant naar de kant in èn uit het ooit zo comfortabele zadel werd geslingerd. Ik riep nog heldhaftig ‘HO’ in een laatste poging mijn twijfelachtig imago te redden maar hing inmiddels onder de hals van het paard en toen ik me later geradbraakt op de grond liet zakken was er niets meer van m’n idylle als stoere jockey over. 

Ik moest mijn ambities wat bijstellen en gemakshalve troostte ik mezelf dat er een significant leeftijdsverschil tussen Robert en mij bestond waardoor ik nog wat tijd over had om te groeien. Na ‘Out  of Africa’ heb ik heel wat ‘Meryl’s’ haren gewassen met wisselend succes en ook zijn soepele danspasjes bleven bij mij wat stroeve pogingen. 

Bij het klimmen der jaren kreeg hij rimpels en groeide ik alsnog naar hem toe. Hij is er mooi 89 mee geworden. En dat wil ik ook wel!

Eén opmerking over 'ROBERT'

Geef een reactie op Anoniem Reactie annuleren