DE STOICIJN IN MIJN

Vandaag ben ik filosoof

Voel me stoïcijn

Stoei met mezelf in de alkoof

Van mijn onderbewustzijn

Natuurlijk zag ik ze al voor me.

Grote, groene, grazige weiden vol van onverstoorbare rust en vlaktes van gelijkmoedigheid. En dat contemplatieve toekomstbeeld zou dra mijn dagelijkse leven zijn. Ik had besloten me te gaan verdiepen, ik zou me ernstig gaan bezighouden met waar het om gaat in het leven. Ik werd alvast amechtig bij de gedachte aan inzichtssprongen die mij tot nu toe nog niet hadden bereikt en tot gelukzalige hoogten zouden brengen. Ik zou eindelijk dat ADHD-brein van mij kalmeren en onverstoorbaar laten zijn. Er viel een mer à boire te onderzoeken. Een bodemloze put maar, geen paniek, want als een onverstoorbare Don Quichote zou ik mijzelf aan mijn haren uit diezelfde put weten te trekken.

Mijn hart zwoegde in mijn boezem van klaterende ambitie.

Stop!

Valt ambitie wel te combineren met stoïcisme. Mijn hart staakt ogenblikkelijk het zwoegen maar haalt weer opgelucht adem als ik me realiseer dat ambitie niet zozeer een deugd is maar wel de mogelijkheid biedt om nieuwe deugden te ontwikkelen. Heerlijk zo’n praktische interpretatie, daar kan ik wel verder mee. Evenals de levenswijze waarbij jij je niet afhankelijk maakt van wat buiten je ligt want  rust, kracht en liefde haal je primair uit je zelf. Ook dat sprak me aan want ik gun mezelf graag een hoofdrol op het podium van voorbeeldig gedrag.

Met een hoofd gevuld van een walhalla aan schone gedachten en ideeën en met een juichende inborst besloot ik de teckel te gaan uitlaten, in de natuur. Grote filosofen spiegelen zich graag aan de natuur dus dat leek me wel passend aan het begin van mijn nieuwe loopbaan. Het doel van de mens is leven in overeenstemming, in harmonie, met de natuur.

Zelfverzekerd gingen we op pad. De Teckel, haar borst vooruit, inspecteerde de domeinen en markeerde met een opgetrokken pootje. Baasje, eveneens de borst vooruit, genoot van de natuur maar liet het markeren achterwege. Inwendig huppelend en genietend van de rust en kracht en liefde die ik voelde stromen liet ik uitwendig kalm de uitbottende vegetatie tot mij komen. Voorzichtig maar ook joviaal bladgroen aan de nog stakerige takjes van de hortensia, delicate sneeuwklokjes, trompetterende narcissen, onvergetelijke vergeet-mij-nietjes, krokusjes en mijn favoriete helleborus. Helleborus staat symbool voor veerkracht en doorzettingsvermogen en ook dat vond ik wel passend voor mijn nieuwe bestaan, mijn nieuwe werkelijkheid. Ietwat ontroerd, emoties mogen maar je hoeft er niet naar te handelen, kniel ik naast de Helleborus en steek mijn hand uit om het witgroene blad van de lenteroos behoedzaam te willen strelen. Het hondje kijkt me verbaasd aan en snelt toe om een plasje te plegen. Ik laat het strelen achterwege en wij vervolgen ons pad begeleid door het getsjilp van de musjes en de merels, de roffel van de specht en het gedartel van de eekhoorns die, gelijk mijn filosofische overpeinzingen, van tak naar tak springen.

Het heeft geregend en het is nat in het bos en de vochtige wat schimmelige lucht dringt in mijn neus en vol welbehagen snuif ik de rotting op.

Een grote hond, woest trekkend aan zijn ketting, en een nog grotere baas met een kop met vele kinnen bars kijkend uit kleine rode oogjes zijn in aantocht. Normaal gesproken springt de Teckel uit haar vel en zet haar enorme ego in om het naderende barbaarse geweld in de kiem te smoren (en de baas te beschermen uiteraard) maar ze houdt zich koest. Ze kijkt me even aan, peilt mijn(stoïcijnse?) stemming, voelt die goed aan, geeft me een knipoog, loopt nuffig door en negeert de woedende Cerberus compleet.  De man met de kinnen houdt zijn beest met moeite onder controle en kijkt me onheilspellend aan maar ook ik ben in mijn nieuwe hoedanigheid niet stuk te krijgen. Ik bedenk dat deze bruut met z’n rooie oogjes niet tot mijn kring van bekommernis behoort, schenk hem een genadig knikje en schrijd waardig verder in mijn nieuwe bestaan en glij uit in de modder. Voluit!

Luidkeels tierend, mijzelf verbaal kastijdend, probeer ik uit de modder overeind te komen terwijl het hondje vol afgrijzen aan haar riem rukt in een poging afstand te nemen van die pathetische man in het aardse slijk.

Het beestje kijkt me meewarig aan en ik realiseer me dat ik nog veel van haar en de natuur kan leren in mijn nieuwe leven.

Vandaag ben ik een modderpoel

Biedt onderdak aan een zoekende vent

Wat hoogdravend gekrioel

Van een man die zijn Stoïcijnen nog niet kent

2 gedachten over “DE STOICIJN IN MIJN

  1. Ha Jan, weer een subliem verhaal. Doet me denken aan Carmiggelt, maar die was geen meester in de zelfspot, zoals jij.

    Ook de hoofdletter van Teckel is een vondst!

    Like

Geef een reactie op Anoniem Reactie annuleren