Alweer een aantal jaren verkeer ik in de luwte van de politiek en, jawel, zelfs met afstand tot het Binnenhof maar ik vrees dat dit gaat veranderen.
Dit behoeft enige toelichting, denk ik.
Het zit zo.
Altijd als Plasterk wat vaker in beeld komt krijg ik met enige regelmaat te horen dat ik op hem lijk. Ter geruststelling van Ronald kan ik zeggen dat men de gelijkenis niet treffend vindt, maar toch. Het valt op dat deze complimenten, want zo beschouw ik ze wel, gegeven worden door dames. Dames van toch wel gevorderde leeftijd en een witgrijs kapsel met een tint van mint of een andere pastel. Ik speel dan de verraste onschuld, blij met de aandacht die me te beurt valt. Op het eerste gezicht is er ook wel enige uiterlijke overeenkomst. We, zo vertrouwd voel ik me al dat ik de wij-vorm gebruik, zijn allebei niet zo lang en hebben, ter compensatie(?), een gezegende hoeveelheid witgrijs haar waarbij ik moet opmerken dat Ronald wat zwieriger gelokt is. Daarbij hebben we allebei een klein koppie, waarbij hij graag een hoed draagt, met ook allebei een tamelijk grote neus. Ronald heeft dan ook nog grote gretige neusgaten en ikke nie en dat vind ik niet erg.
Ik viste de krant uit de bus en, ja hoor, op de voorpagina prijkte prominent mijn alter ego inclusief de treurig hangende oogleden die als verlepte baldakijnen zíjn en mijn aangezicht zo kenmerkend bepalen. Ik begon de pastelkleurige dames beter te begrijpen.
‘Wat vind jij nou’ vroeg ik mijn huisgenote, overigens geen grijswitpastel, en ik schoof haar de krant toe.
‘Ja, je hoort weleens dat je op hem lijkt hè’ zei ze op haar hoede en vervolgde ‘maar ja dat haar en die neus en die ogen natuurlijk en dan die oren, die toch wel grote….’
‘Oren’ blafte ik ‘grote oren…’.
Ik heb helemaal geen grote oren, hooguit grote oorlellen die als fluwelen lappen waar menige Afrikaanse stam jaloers op zou zijn onder mijn oren hangen, maar geen grote oren.
Er ontstond een soebattige discussie waarbij ik volhield dat zijn oren tot aan de kaakhoek reikten en de mijne er boven bleven bungelen.
‘Nou ja, liever grote oren dan die neusgaten’ troostte ik mezelf.
‘Hmm’ hoorde ik maar reageerde wijselijk niet. De politicus in mij strekte zich, al dan niet in de luwte.
Maar goed, Ronald is dan nu verkenner en ik heb het nooit verder dan tot welp geschopt. Ik wens hem succes want zijn succes is ook een beetje mijn succes en ik hoop dat hij vanachter de baldakijnen het proces goed in de gaten kan houden en goed kan luisteren met die sprookjesachtige grote oren.
Hij wel!
Leuk
LikeLike
lieve Jan
wat heb ik weer genoten van jouw verhaal maar eerlijk jij bent veeeeeeeeeeel leuker en knapper dan die Plasterk met of zonder hoed
een persoon die mi erg verguld is van en met zichzelf brrrrr
nee Jan dan liever jouw charmante persoon eerlijk en oprecht houden zo lieve groet
Josephine koreman
LikeLike
Ha Jan, weer een sublieme blog!
LikeLike