In de krochten van de ochtend als het huis nog slaapt, het echtelijk bed tevreden ronkt en het hondje beneden comfortabel, doch waakzaam, in haar donsje ligt, rek ik me behaaglijk uit en begin aan mijn huiswerk. Ledigheid is des duivels oorkussen en ik lig dan toch al op een kussen weliswaar niet meer op een oor, maar toch.
Hoe vul je ledigheid? Een welhaast existentiële vraag. Wie weet geeft filosofie een antwoord. Een hachelijke exercitie want stel je een vraag aan een filosoof dan raak je, hopend op een antwoord dat houvast biedt, verstrikt in nog veel meer vragen zodat waar je aanvankelijk meende nog iets zeker te weten dat ook weer op losse bodem komt te staan. Ik wend me vandaag maar eens tot Sartre. Ik heb niet zo veel met Sartre want ik vind dat hij wat chagrijnig naar de wereld kijkt en daar heb ik zo vroeg op de dag geen behoefte aan. Hij lijkt echter een antwoord te hebben. Hij stelt dat ledigheid gevuld kan worden door actieve creatie van betekenis. Maar wat is betekenis vraagt de onnozele in mij nog steeds op dat oorkussen. Aristoteles stelt contemplatie voor. Is dat niet in strijd met actieve creatie? Acceptatie van de leegte als een creatieve ruimte helpt volgens Mindfulness. De ondraaglijke lichtheid van het bestaan tijdens dageraad, voor mij het poëtische begin van de dag.
Ik ben geen stap verder, dat kan ook niet want ik lig nog te bedde, maar bedenk me gemakshalve dat huiswerk een vorm van actieve creatie van betekenis is. Daar denkt het chagrijn Sartre ongetwijfeld anders over en, dit terzijde, mijn nageslacht ook. Aan de slag dus. Tevreden constateer ik dat dit voornemen tegenwoordig politiek correct klinkt en inmiddels ben ik toe aan een praktische invulling van die ledigheid.
Dat begint met een lesje Duolingo, een taalcursus, en dat lijkt te voldoen aan het begrip betekenisvol. Goed voor je ego want bij elk goed antwoord staan hysterische poppetjes te juichen en te springen en vinden dat je zo goed presteert dat je een zoetwaterparel bent. Ja daar lig je dan braaf in je bedje worstelend met de vraag of je wel als een zoetwaterparel door het leven wil. Vertwijfeld vlucht ik vervolgens naar Woordle. Dat is een spelletje waarbij je maximaal zes pogingen doet om het woord van de dag te raden. Er is een woord van vijf en een van zes letters en je begint met een woord dat je zelf mag bedenken. Dat vereist al wat creativiteit en ik pluk meestal een woord uit de actualiteit. Ik had de sympathieke, veelbelovende en beoogde staatssecretaris op mijn netvlies die kort na haar start struikelde over haar C.V. en als vanzelf plopte het woord ‘sjees’ op. Ik vulde sjees in en er was geen letter goed maar dan heb je nog vijf pogingen, dus niet getreurd en uiteindelijk kwam ik uit op crash. Nou ja! Daarna Woordle 6 en nog steeds met de beoogde in gedachte startte ik met ‘bordes’. Ook een gemiste kans want maar één letter goed. Het werd kranig en daar heb ik vrede mee. Dan nog een ronde ‘Beter Spellen’. Confronterend natuurlijk omdat het ‘kofschip’ om de hoek komt kijken en dan wordt het ook echt tijd voor een rondje koffie. Creatief! Ik spring uit de veren, sprint naar beneden met die zoetwaterparel hijgend in mijn nek, verstoor de donsrust van het hondje en even later pruttelt de koffie.
Satre stelt: het Ik is een ding. Als omgekeerd het ding Ik zou zijn wat betekent dat dan voor die zoetwaterparel en mijn Ik?