In de zoektocht naar mijn oorsprong pakte ik het groots aan, deed uitvoerig boekenonderzoek en stuitte ik uiteindelijk op Lucy. Lucy is het legendarische fossiele oeraapje van wie we tot voor kort allemaal zouden afstammen. Nu heeft zij, plots, concurrentie gekregen van ene Deyiremeda, alleen de naam al, ook zo’n drieënhalf miljoen jaar oud èn met een rare grote teen. Ik ben geen fan van rare grote tenen en al zeker niet bij een vrouw.
Maar goed, ik hou altijd al mijn adem in als ik uitkom bij een situatie waar een vrouw mogelijk concurrentie krijgt, of verwacht, van een andere vrouw. Je weet maar nooit hoe dat afloopt. Zo werd ik eens gewezen door mijn partner, ook een vrouw, op een merkwaardig verschijnsel. We waren op een liefdadigheidsbeurs ‘Arbeid Adelt’, een beschaafde omgeving zoals de naam al suggereert, alwaar ik in een bak met aanbiedingen stond te grabbelen en een vondst omhooghield. Ik probeerde de aandacht van mijn partner te trekken met licht, wel decent hoor, gesis èn door de gevonden trofee te tonen. De oren van de andere dames spitsten zich ook en als lemmingen stortten zij zich op mij en op het omhooggehouden voorwerp. Even dacht ik nog dat ikzelf het onderwerp van de plotse belangstelling was maar dat bleek naïef. Dat moet je dus nooit meer doen, reageerde mijn geliefde droogjes. Vrouwen zijn blijkbaar bang de boot te missen en nu stop ik zo’n item maar onder mijn trui of zo.
Maar terug naar Lucy die haar status als mijn oermoeder dreigt te verliezen terwijl ik zo gehecht ben geraakt aan dat lieve apensmoeltje van haar. En trouwens ook aan die parmantige, schrandere oogjes. Ja, en dan, denk ik toch ook aan die andere Lucy. De Lucy van Sergeant Pepper’s, a girl with caleidoscope eyes. Ik zat nog op school en moest opzoeken wat caleidoscopisch eigenlijk betekende en vond die Lucy daarna nog intrigerender. En wat moest ze in vredesnaam met die diamanten in the sky? Het had in ieder geval niets met LSD te maken zouden de Beatles ons hebben verzekerd, wel met een tekening van Julian, zoontje van John. Dat geloof ik dan maar en zie de ene Lucy op een bezemsteel door het heelal met diamanten ogen en de andere Lucy is in betreurenswaardig verval geraakt omdat haar reputatie als oermoeder is bedreigd.
Over verval gesproken. Ik bezocht een lezing over Michelangelo. Prachtig en indrukwekkend evenals de schilderingen van al die mannen. Strakke kaaklijnen, bollende spieren, welvende torso’s, granieten benen. ‘Dass war einmal’ troostte ik mezelf. ’s Avonds, tijdens het tandenpoetsen waande ik mij onbespied en keek ik in de spiegel. Ik rekte, strekte en bij gebrek aan effect herhaalde ik mijn strapatsen. Wederom zonder resultaat. Ik zag slechts een vaatdoek zonder kaaklijn noch bollende spieren en laat staan een welvende torso. Jaja, ‘dass war niemal’ moest ik toch echt wel constateren.
En nu ook geen Lucy meer om mij te troosten.