GUILTY PLEASURES

Al jaren werk ik behoedzaam aan mijn imago. Ik zie mijzelf graag als een brave oppassende burger die loyaal meewerkt om onze planeet te behouden voor het nageslacht. Klimaat, milieu, energie noem het maar op, het heeft mijn toegewijde   aandacht. Ik ben een fanatiek vlijtige afvalscheider en op het neurotische af gaat elk snippertje plastic bij het plastic, papier bij papier, groen bij het groen, glas bij glas en dan hoeft er bijna niets meer in het restafval. Ik pulk zelfs het nietje van het theezakje. Ik eet bijna geen vlees meer en gooi uit principe geen voedsel weg. Als het enigszins kan neem ik de fiets en zou zelfs met de fiets willen tanken.  Natuurlijk staat de thermostaat een paar graden lager en douche ik kort en minder warm. Ja, aan mij heeft de wereld gewoon een bewust levend, prachtig mens.

Tevreden geluimd met mezelf besloot ik onder de douche te gaan. Ik was bijna alleen thuis en het hondje scharrelde beneden tevreden rond. Ik kreeg het gevoel het rijk voor mij zelf te hebben waardoor er zich een scala aan mogelijkheden ontvouwde. Zo’n plotselinge weelde doet wat met een oppassende man. Innig gelukkig met mezelf en inmiddels onder de bekoring van mijn eigen zoetgevooisde gedachten ruiste het water uit de regendouche comfortabel over mijn schouders langs m’n rug naar beneden. ‘Lauw is ook maar lauw’ en nou ja ‘deze ene keer’ maakt ook niet uit op mijn nobele streven, zo argumenteerde ik met mezelf terwijl ik de kraan wat warmer zette ondertussen saboterende gedachten wegduwend. Heerlijk, lekker warm, kan nog wel wat warmer. Kort douchen? Ho maar, ik was al over het rantsoen van fatsoen heen en ik moest nog zepen. Met een niet te verklaren opkomende nonchalance zette ik de douche nog heter en wentelde me in een warm bad van excuses waarom het, nou ja een keertje, lekker kon en ik genoot. Kabbelend, meanderend, tevreden grazend in de domeinen van zelfgenoegzaamheid. Nog wat heter, nog wat langer, nog steeds niet gezeept…..toen plotseling een ijselijk geluid elke idylle hartverscheurend wreed verstoorde. De brandmelder gilde, het hondje jammerde en ik stolde in afschuw over mezelf. De wereldverbeteraar stond druipend van schaamte en bibberend in een wolk van stoom de mevrouw van de gealarmeerde centrale te woord waarbij ervoor gewaakt werd niet te veel details te onthullen. 

In a split second had ik het dampende lijf gedroogd, het hondje getroost, trachtte ik mezelf te sussen en wentelde me in nederigheid. Hoe zo een brave oppassende burger? Gewoon een zeperd!

Plaats een reactie