GOLDA
Haar gegroefde gelaat heeft me vaak vanaf de voorpagina aangekeken. Soms strijdlustig, soms verontwaardigd, soms bedroefd en vaak oogde ze vermoeid. Bijna een halve eeuw geleden alweer, is ze op 80-jarige leeftijd overleden. Toch moet ik tegenwoordig weer vaak aan haar denken en vraag me dan af hoe ze over de huidige wereld zou oordelen. Met die vervelende mannetjes. Het Donaldje, het Vladimiertje en dan ook nog het Bibietje. Ik stel me dan voor dat Golda als de kleuterjuf de drie ettertjes, vriendelijk doch beslist, in de strafzandbak stopt.
‘Miertje’ slijmt Donnie ‘wil jij met mijn gouden knikkers spelen?’ Miertje reageert niet en kijkt ondoorgrondelijk. Donnie op zijn beurt weet niet beter dat altijd iedereen juist heel graag met hem wil spelen omdat hij zo’n populair jongetje is. ‘Iedereen vindt mij altijd heel aardig en slim. Ik doe er nog mijn gouden stuiter bij.’ Vladimir doet wederom of hij niks hoort en negeert Donald compleet die het langzamerhand beu begint te worden en gaat dreigen. ‘Als jij niet met mij gaat spelen dan ben je mijn vriendje niet meer en pak ik jouw soldaatjes af. Nou?’ Vladi is ook nu niet geïmponeerd en haalt zijn schouders op. Uiteindelijk is hij judokampioen en vloert als het nodig is die dikke blaaskaak in één worp. Ondertussen zit Bibi ijverig met zijn gietertje zijn deel van de zandbak te besproeien. ‘Je mag wel met mij spelen, Donnie’ ‘Ik speel niet met jou, kleintje, ga jij nou maar eerst dat zand verstevigen zodat ik er dadelijk mijn strandstoeltjes en parasolletjes kan neerzetten’. Hij geeft Bibi ruw een duw. Donnie wordt altijd boos als hij zijn zin niet krijgt en loopt al stampvoetend op die verdomde Vladimir af die niet thuis geeft.
Golda kijkt naar het zootje ongeregeld in de zandbak van het leven en probeert een verhaaltje te vertellen over een prachtige Esdoorn die zijn stam en takken beschikbaar stelde om er violen, een harp en een cello van te maken. Deze instrumentenfamilie zou dan samen optreden en een kinderkoor begeleiden dat zou zingen over de kracht van de onschuld. Vladimir keek haar met zijn krokodillenogen ongelovig aan en het ‘waar heb jij het over’ spatte ervan af. Donald jengelde ‘ik doe niet mee, ik wil mijn zin hebben’ en Bibi ramde met zijn gietertje en riep ‘ik vernietig alles’.
‘Paarlen voor de zwijnen’ dacht Golda en mompelde, terwijl ze het slagveld in de zandbak bekeek, ‘nog belangrijker dan een oorlog te winnen, jongens, is het om helemaal geen oorlog te hebben.