‘We moeten jouw klerenkast weer eens opruimen’ klonk het monter. Ik schrok op. En dat is niet voor niks. Het ojee-gevoel, daar gaan we weer, vluchten kan niet meer daalde diep in, zakte naar mijn voeten waarna die in beton leken te zijn gegoten. Er werd ergens ‘lekker fris’ geroepen en toen wist ik zeker dat het nu bloedserieus werd. De toon is dan nog vriendelijk doch beslist waarbij ‘beslist’ al prominent te horen is. Tijd voor plan B. Fase A (empathisch luisteren, afleiden en maar vaak vertellen hoe heerlijk fris het in huis is) zijn we dan voorbij. Fase B is door mijn collega-lotgenoten, met partners die ook zo nodig moeten opruimen, en mijzelf strategisch ontworpen en wordt jaarlijks geëvalueerd en bijgesteld. Nu nog weglopen kan niet meer en dat verzwakt je positie, los van het feit of er überhaupt nog sprake is van een positie. We gaan dan ook massaal meebewegen en leggen het hoofd in de schoot dat overigens ieder jaar lastiger wordt als je tenminste luistert naar het gepiep en geknars. Ook dat wordt geëvalueerd. Daarna knikken we onderdanig, we zijn nog in fase B, ‘goed dat we dit even doen, moest wel een keertje hè’. De partners kijken dan even verbaasd opzij, jaarlijkse evaluatie, en jij grijpt naar een stapeltje kleren dat je allang met vooruitziende blik apart hebt gelegd. Je speelt dat je met spijt en ook aarzeling bij elk kledingstuk moeizaam met je zelf overlegt of dit speciale kledingstuk al dan niet naar de eeuwige jachtvelden van de circulaire verwerking mag. Wat ook geweldig werkt is het volgende. Je mompelt, maar wel zodanig dat partnerlief het kan horen, ‘ja, dit kan ik niet wegdoen’. ‘Waarom niet’ klinkt het van gene zijde. ‘Nou dit heb ik ooit van jou gekregen’. ‘Ja, als je er zo aan gehecht bent, je hoeft natuurlijk ook niet alles weg te gooien, maar als je dat wil…..’ Nooit weggooien, nooit doen, nooit maar leg het op een nieuw te vormen stapeltje van de dingen die je echt wil behouden. Briljant, al zeg ik het zelf, want we zoeven nu naar fase C. Fase C wordt gekenmerkt door het behoedzaam teruggrijpen van de controle over je spullen. ‘Ja, je hebt ook gelijk, kmoet niet alles willen weggooien. Ik ben wat te rigoureus bezig.’ Ik stapel nog snel enkele parafernalia op de stapel die geruisloos door de kledinginquisitie werden geaccepteerd en flikker alles in de zak van Max of hoe die dan ook tegenwoordig heet en snel naar de schoenenkast. Met schaamrood op de kaken moet deze Imelda bekennen dat hij een inloopkast aan schoenen bezit. En daar valt te saneren en hoe! Ik sprint door de kast en werp een significante stapel schoenen naar buiten. Partner komt al polsstokspringend over de stapels op me af en zegt hijgend: ‘wat jammer hè, het zijn van die leukerds.’ Ik kijk een beetje argwanend, zit zij nu in fase C maar ze vervolgt snoeihard ‘ze kunnen echt niet meer.’ Terug naar fase B. Ik kijk bedroefd naar een paar afgetrapte sneakers die ook in mijn ogen het predicaat dubieus verdienen. Ik leg ze boven op de stapel en zeg sussend ‘ik slaap er nog een nachtje over’. We zijn nu allebei in fase D. Dat betekent, evaluatie, dat het kledingavontuur vreedzaam afgerond wordt.
Na een nachtje woelen en waken besef ik waarom ik zo gehecht ben aan, uitgerekend, afgetrapte sneakers. Ik hou niet eens van sneakers maar deze konden destijds door de beugel. Ik realiseerde me vannacht dat ik gefascineerd raakte door verhalen waarin de held op pagina één al indruk maakte. Hij was onveranderd blond, verweerde en zongebruinde huid, had een surferachtige uitstraling, shirt hing te ver open, droeg vaalblauwe jeans met sleetse plekken èn, daar komt ie, blote voeten in afgetrapte gympen. Op de eerste bladzijde toont de heldin zich nog hard to get maar gaandeweg valt ze voor de nonchalante charme van die afgetrapte exemplaren. Ik werd door een bliksemflits getroffen. Ik moest het nog een keer proberen en wel nu. Niet later, want later wordt alleen maar korter zeker tegenwoordig. Ik sprong uit bed, griste een oude spijkerbroek van een al verbannen stapeltje en schoot geroutineerd in mijn afgetrapte schoenen, sleurde de hond uit de mand want ze moest mee als dekmantel en daar gingen we op pad.
Lekker het avontuur tegemoet.