DE KERSTBOOM, EEN VEILIGE HAVEN?

’Tjongejongejonge’

Ze bungelden allebei nog wat onwennig in de naar hars ruikende Kerstboom. Samen met talloze glinsterende Kerstballen en andere Kerstboombewoners. Met uitzicht op een besneeuwde winkelstraat waar het wemelde van haastig inkopen doende mensen.

Het Kerstmannetje, blozende wangen en een rondborstig buikje, draaide tegendraadse krulletjes in zijn sneeuwwitte baard. ‘Wat tjongejonge?’

Hij keek nieuwsgierig naar een verfomfaaid Kerstengeltje dat duidelijk betere tijden had gekend.

‘Nou, zo te zien hoef jij niet naar de Voedselbank’ Ze keek misprijzend naar de welgestelde buik van de Kerstman.

‘Klopt, er wordt goed voor me gezorgd’. Hij schommelde voldaan aan zijn dennentakje. ‘Ik hang hier elk jaar en het is lekker warm. En, wat is jouw verhaal? Ik heb je hier nog nooit gezien’.

Het Kerstengeltje zuchtte en probeerde een scheur in haar ooit witte jurkje te verbergen. ‘Jaren geleden ben ik vertrokken en heb vele omzwervingen gemaakt en onderweg veel familie en vrienden verloren. Uiteindelijk ben ik hier in de stad in de Kringloopwinkel beland en gered door iemand die vond dat ik zulke mooie ogen heb.’

Inderdaad, prachtige ogen dacht de Kerstman. Donkere poelen van vloeibaar fluweel.

Plotseling kromp het Kerstengeltje in elkaar. In de straat klonk knallend vuurwerk.

‘Wat is er’ vroeg de Kerstman geschrokken.

‘Dat geluid, die knallen. Altijd, waar ik vandaan kom. Rennen. Schuilen. Onderweg ook. Verschrikkelijk’

De Kerstengel schokschouderde. De Kerstman bleef stil.  

‘Er zijn er nog zoveel meer dan ik in de Kringloopwinkel’ fluisterde ze.

De Piek hoog in de boom schudde heftig zijn hoofd en de hele boom schudde mee. ‘Misschien moet jij daar maar eens iets aan gaan doen, Kerstman, met je gelukkig Kerstfeest en vrede op aarde. ’t Is een schande!’

Alle Kerstboombewoners schudden opgewonden mee.

‘Haal ze hier naar toe. We hebben nog plek genoeg hier in de boom. En we kunnen ook nog wat opschuiven, dan kunnen er meer bij. En hier is het tenminste warm.’

Ineens zinderde de Kerstboom van opwinding.

Daar vloog Rudolf het rendier met zijn slee naar de Kerstman die er verrassend lichtvoetig insprong op weg naar de Kringloopwinkel.

Sneller dan verwacht was de slee terug tjokvol met Kringloopfiguurtjes in alle kleuren van de regenboog. Ze waren stilletjes, bang. Wat hing hen nu weer boven het hoofd.

De Kerstboombewoners hadden de mooiste plekjes vrijgemaakt.

‘Kom, we hebben plaats genoeg voor jullie, welkom, Gelukkig Kerstfeest.’

Buiten klonk in de ritselende sneeuw: ‘and so this is Christmas…’

Plaats een reactie