Het chagrijn is gesneuveld

Buiten is het guur en drijfnat.

Binnen is de sfeer opperbest.

We hebben afscheid genomen van het chagrijn en dat wordt binnenkort plechtig ten grave gedragen.

Ik heb u al eens eerder toevertrouwd (zie blog 10 januari 2018) dat het chagrijn al vroeg op de dag een dominante rol speelt in mijn bestaan.

Waar het chagrijn tot voor kort onverbiddelijk en koersvast ons de coulissen van de calorieën injoeg met een grammetje meer of minder (oké soms wel wat meer, kniesoor) leek ze nu van slag.

Van slag dat kan natuurlijk. Misschien heeft ze last van corona dachten we begripvol of een gewoon ongemak en we besloten haar een dagje rust te geven. Hielp niet. Twee daagjes dan. Hielp niet. Nieuwe batterijen. Hielp ook niet. Een andere plek in huis. Hielp ook niet.

En toen ze mijn gewicht op 1508,30 kg schatte en vervolgens doorjoeg naar 3000 via -0,18 was voor mij de maat vol en ik nam de leiding. ‘Ze gaat eruit’ sprak ik manhaftig.

Ik probeer weleens vaker iets manhaftig te zeggen en dan volgt er altijd een discussie maar ik werd nu onmiddellijk geprezen om zoveel manhaftigheid.

Het was Cybermonday en we konden alsnog gebruik maken van grote kortingen. De krent in mij ontwaakte direct uit zijn winterslaap en ik besloot tot een digitale weegschaal die alleen maar gewicht aangeeft. Dat is al erg genoeg en ik heb geen behoefte aan de ochtendinquisitie over vetpercentages.

De nieuwe aanwinst zou pas de volgende avond koelbloedig worden bezorgd en wij verkeerden dus in een interregnum, een interbellum van bijna twee dagen ongestraft schransen. Gisteravond, in afwachting van de nog niet gearriveerde weegschaal, keek ik mijn geliefde uitdagend aan terwijl ik nog een hand pepernoten naar binnen sloeg en ook nog een restant chocoladeletter.

Tja, dat krijg je als er geen toezicht is.

De oude weegschaal staat verongelijkt afgedankt te kijken. Ze mag niet mee met het restafval. Ze wordt door ons gedumpt bij de gemeentelijke milieustraat en we zullen er persoonlijk op toezien dat ze meedogenloos verpletterd wordt. Da’s toch een staatsbegrafenis.

Tot op heden is er nog geen pakket bezorgd.

We zijn in afwachting van het nieuwe regime en ik kijk nog maar even naar de bak pepernoten naast me.

Buiten is het koud en guur.

Binnen is de sfeer, nog, opperbest.

Plaats een reactie