Verknipt (18-4-’20)

Het hoge woord moet er uit.Waar ik mij in de vorige blog nog vermaakte met de coiffure van Donald Trump die vanaf een kuif als een vliegdekmoederschip zijn onnavolgbare gedachten katapulteert, keek ik vanochtend zelf in de spiegel. Dat doe ik overigens elke ochtend want wat moet je anders tijdens het tanden poetsen of scheren. Gepokt en gemazeld schrik ik allang niet meer van het weinig verheffende beeld waarmee mijn te betreuren omgeving de rest van de dag moet zien door te komen. Ik trek wat wallen recht, duw wat rimpels en plooien omhoog, stel mezelf gerust als een struisvogel en voordat de wallen, plooien en rimpels weer terugzakken in hun comfortabele rustpositie, ben ik al weg gesprint naar de rest van de dag zonder spiegels.
Maar vanochtend viel het niet meer te ontkennen. Ik moest draconische maatregelen nemen en wel subiet. Wat ik zag leek nog het meest op het coronavirus althans zoals spotprenttekenaars dat verbeelden. Een vrijwel ronde kop met sprieterige uitsteeksels en daar waar de kruinen huishouden, een wirwar aan klitten die de aanblik nog verwarder maakten. In normale tijden was ik gezwind ter stede getrokken naar mijn vertrouwde kapper.Een aardige man die mijn spiegelbeeld altijd weer voor een tijdje weet te redden en waarmee zijn deskundigheid is aangetoond. Ik wil alleen nog maar mannelijke kappers want in mijn ervaring roep ik altijd moederlijke gevoelens op bij kapsters en dan vinden ze het zielig voor me en ‘gaan er dan iets moois van maken’. Ze doen dan vreselijk hun best maar het lukt niet terwijl zo’n man me in de spiegel aankijkt, zijn schouders optrekt, en berustend zegt ‘ik zal mijn best doen’.  Maar mijn favoriete kapper is nu gesloten. Dat is jammer, niet alleen voor het knippen maar ook voor onze gesprekken. We hebben het altijd over van alles behalve voetbal. En ik leer veel van hem en bewonder de manier waarop hij in het leven staat. Rustig, oplossingsgericht, vriendelijk. You win some, you lose some onder het motto: gun iedereen wat. Levenswijsheid in balsem gedrenkt in coronatijd, zeker met zo’n kop. Maar zowel kapper als filosoof moet ik missen.Eigenlijk zou die Trump eens met mijn kapper moeten praten, daar zou ie van opknappen. Kon die tegelijkertijd dat torpedobootkapsel eens aanpakken. Zou ie trouwens ook van opknappen.
Daar kwam ze aangezet. Gewapend met kam en schaar. Een, laten we zeggen, standvastige blik in haar ogen. Ik probeerde nog de truc met de moederlijke gevoelens maar niets van ‘we gaan er iets moois van maken’ wel zoiets als ‘we gaan dit varkentje even wassen.’ ‘Ik heb al een T-shirt voor je met opdruk “ik ben verknipt”’ sprak ze troostend terwijl een baaierd aan sprieterige uitsteeksels naar beneden dwarrelde. De fiere en zelfverzekerde start verbrokkelde al snel. ‘Ik hoop voor jou dat je snel bij een echte kapper terecht kan’. Ik hoorde de spanning in haar stem en dat stelde me niet gerust.‘Ja, ik ben ook niet echt een kapper.’ Ik hoorde dat we langzaam in de excuseerfase terecht kwamen en ook dat stelde me niet gerust.‘Je hebt ook echt lastig haar.’ Ja hoor, daar gaan we weer, het is mijn schuld.Moedeloos sjokte ik naar een spiegel. Mijn echtgenote kwam handenwringend naast me staan. Ik keek haar aan vanuit de spiegel.Ik straalde.Met dit kapsel komt zelfs Matthijs weer voor jaren terug op de doordraaiende buis.

Plaats een reactie