‘Ik ga zwemmen” kondig ik aan.Het strand schroeit en de zee lonkt verkoelend azuurblauw.‘Vind je het erg als ik niet meega’ vraagt mijn strandgenote terwijl zij zich met moeite losrukt van haar, blijkbaar, boeiende lectuur.‘Nee hoor’ zeg ik mijn teleurstelling wegslikkend.Het blijft even stil. Achteraf gezien onheilspellend stil.‘Vind je het dan niet leuk als ik meega.’Oef.Het lijkt nog een vraag maar klinkt als een constatering.De zon kookt, het strand brandt, de wind is als een föhn en toch voel ik het gladde ijs onder me schuiven.Ik wankel aan de rand van de valkuil van het dualistisch gedachtengoed van de vrouw.Ik probeer het nog. Heldhaftig vind ik zelf want ik voel me al in de ideologische hoek gedreven.En als er ideologie gaat meespelen hangt er fanatisme in de lucht.En dat fanatisme zou kunnen betekenen dat de ontvankelijkheid voor logica virtueel wordt.Maar goed, tegen beter weten in en met de moed der wanhoop ga ik proberen.‘Natuurlijk vind ik het leuk als je meegaat maar je zit zo lekker in je boek dat…..’De empathische opbouw van mijn verweer, want in dat stadium ben ik inmiddels beland, wordt terzijde geschoven.Er wordt gesnerpt.De andere strandparasols buigen fluisterend en behoedzaam in onze richting.‘Dus jij vindt het niet leuk als ik meega’ Zorgvuldig gearticuleerd wordt iedere lettergreep nadrukkelijk uitgesproken.Onder de parasols hoor ik instemmend gemompel in de hogere octaven.De lagere octaven houden zich stil maar hun medeleven en-lijden is tastbaar.Ik voel dat ik schaak op meerdere borden tegelijk maar de koningin is niet met een logische zet uit haar toren van onvermogen te bevrijden.Dan maar een onlogische zet.‘Zullen we een chocolade ijsje gaan eten?’Instemmend gemompel onder de parasols in de hoge octaven.De Gelateria heeft een lucratieve dag beleefd.Chocola(drie lettergrepen) helpt altijd.