En ineens was het stil in Nijmegen.Oorverdovend stil. Geen joelende uitzwaaiers, geen joelende inzwaaiers.Stil, zo stil, je kon een 4Daagse kruisje horen vallen.De stad die even tevoren nog gonsde van drank, rock and roll en trommelvlies tartende megafoons viel stil in een alle klankabsorberende verlatenheid. Een laatste feestvierder nam geruisloos de benen naar een of ander vakantieoord.Ik voelde me wat gedesoriënteerd na het verstommen van die continue ‘wall of sound’, die muur van diffuus geluid die blijkbaar toch houvast bood.Ik merkte dat ik zachter begon te praten, schrikkend van de metalige echo van mijn eigen stem die niet meer geabsorbeerd werd. De enkele sterveling die blijkbaar ook nog in Nijmegen was mompelde iets op fluistertoon in het voorbijgaan en dook de stilte weer in.En ineens was het heet in Nijmegen.Mussenuitdedakgootvallend schroeiend heet. En het werd nog heter. Niet subtropisch of tropisch maar hypertropisch. Laten we wel wezen. Ieder jaar is er een ware exodus van vakantiegangers die al filehossend en vrijwillig op zwarte zaterdagen vol verlangen afreizen naar oorden waar op zijn minst tropische maar liefst hypertropische temperaturen heersen onder het motto ‘hoe heter hoe beter’. Dan hoor je niemand over een of ander hitteplan of bedreigde personen of groepen. Het gekoesterde vakantieverlangen heet dan in Nederland ‘code oranje’.Het glas is halfvol of halfleeg. Maar goed, mijn geliefde en ik waren thuis alwaar we genoten van het stille Nijmegen. We hadden onze afspraken, gelukkig, met respect voor de postvierdaagseweek tot een minimum beperkt en ook thuis afgesproken. We hoefden het huis niet uit en konden alle hitteplannen, ik ben een bedreigde groep, aan de luchtige slippers lappen. We vonden er een uitdaging in om daadwerkelijk de deur niet uit te hoeven en eens te ervaren hoe lang we vooruit konden zonder verse boodschappen. Dat werd een feest. Met de remains of the days before in onze ijskast maakten we de heerlijkste ontbijten, lunches en avondmalen vanuit de creatieve fusionstyle. Mexicaanse taco’s met Thaise garnalen. Krieltjes met een restje satehsaus en diepvriesboontjes. Ottolenghi kon er een puntje aan zuigen. Wild van verlangen stortten we ons op een bosje dille onder uit de groentela met fantasieën over de tongstrelende mogelijkheden. In de kelder, de koelste plek van het huis, wisten we ons een solide voorraad wijn, die ons zeker in staat zou stellen de Sahara in ons roezende bestaan te overbruggen. Ter compensatie bleek er ook voldoende 0.0 bier te zijn.In een vlaag van onvoorziene vooruitblik had mijn geliefde een fan aangeschaft die ons nu luchtig koelte toewuifde. Het was leuk en lekker in doodstil en snikheet Nijmegen. “Het lijkt wel vakantie” zei ik. Ze knikte.