Resocialisatie (11-2-’19)

Thuis is mijn resocialisatie in volle gang.Vertrekken die altijd toegankelijk waren zijn nu gebarricadeerd. Manden, reiswiegjes, benches all over the place. Mijn schoenen die nog weleens slingerden zijn na een paar veterincidenten keurig opgeruimd. Dat zou je winst kunnen noemen. De keerzijde is dat ik al een spagaat heb gemaakt over een nog niet verorberd kauwstaafje. Zo leren we allebei. Er mag per saldo meer en ook weer minder. Toen ik in het walhalla van de toegeeflijkheid ook meende wat nonchalanter met de krant te kunnen omgaan bleek dat in het kader van de krantzindelijkheidstraining niet zo’n goed idee. Tevens zou het werken wanneer je het beestje complimenteert met een hoge stem en als je niet blij bent dan zet je een lage stem op. Waar ik altijd hoop over een warme, sonore en diepe bariton te beschikken kijkt het hondje verschrikt op met zo’n smartelijke ‘ik heb toch niets gedaan’ blik en komt pas tot rust als ik met zo’n valse falsetstem mijn excuses heb aangeboden. Ook dat maakt deel uit van mijn nieuwe socialisatie.Waar we nog niet uit zijn is het vraagstuk hoe wij willen heten voor onze nieuwe huisgenoot. Daar moeten we goed over nadenken want het is verwarrend voor het diertje als we voortdurend van identiteit wisselen.Gewoon onze voornamen? Nee dat is te populair in de hiërarchie.Opa en Oma? Nee te verwarrend voor de kleinkinderen. Pappie en Mammie dan? Ik begin ogenblikkelijk te giechelen en die neiging heb ik altijd als echtparen elkaar pappie en mammie noemen. Ik moet dan altijd weer denken aan Koningin Juliana en haar gemaal Bernard die elkaar, althans op de televisie, zo bejegenden. ‘Pappie zeg jij het maar’ en pappie keek dan wat gegeneerd en zei met zijn  onvervalste Duitse accent ‘ach mammie’ haalde zijn schouders op en trok nog eens aan zijn pijp en verdween achter een rookgordijn mammie in verwarring achterlatend.Dus geen gemammie en gepappie voor onze pup.Ik betrap mezelf trouwens nog weleens op paraseniel gedrag in de conversatie met de nieuwe huisgenoot. De gespreksonderwerpen zijn van uitzonderlijk niveau. ‘Oooo, heb jij een plasje gedaan?’ Hoge of lage stem, blij of bedroefd afhankelijk van de locatie waar wordt geproduceerd.‘Nee, het baasje is niet boos, wel een beetje teleurgesteld’ en het hondje kijkt dan zo onschuldig dat ik de intrinsieke drang voel me te moeten verdedigen.‘Wat wil je dan, moet Pappie dan blij zijn met een poepje?’Het beestje snapt ook wel dat dit een retorische vraag is en dat ze niet hoeft te reageren maar daar was dan toch Pappie in de volle glorie.Ze kijkt me verbijsterd aan.Ze snapt het al beter dan Pappie.

Plaats een reactie