Oliebolletjes (11-1-’19)

Oliebollen, ik vind ze heerlijk.Warm, knisperend, net uit het vet met van die bizarre uitsteeksels eraan die er om vragen om gefatsoeneerd te worden. Maar ook koud of al een paar dagen oud vind ik ze nog steeds onweerstaanbaar.
Mijn moeder bakte ze altijd zelf.Daartoe trok ze een soort verpleegstersschort aan. Dat was duidelijk behouden aan Oudjaarsdag, want de rest van het jaar was dit exemplaar gelukkig onvindbaar. Ik zeg gelukkig want zo’n groot wit schort had voor mij als jochie iets strengs; zeker omdat ze heur haar bedekte met een kunstig geknoopt, ook al wit, servet. Dan stroopte ze ook nog haar mouwen op, maar ze lachte er gezellig bij en dat was dan weer geruststellend. Ze gaf mij een grote emmer waarin dadelijk het beslag zou worden gemaakt. Mijn moeder telde hardop hoeveel gasten er zouden komen en besloot er vijf de man te maken.‘Vijf????’ riepen wij als kinderen ontzet uit.‘Vijf????’ ‘Tien!!!!’ startten wij de onderhandelingen.‘Vijftien vind ik echt te veel’ protesteerde onze moeder en hield het dan op tien terwijl wij elkaar tevreden knipogend aankeken. Dan het beslag. Pakken meel, boter en eieren belandden in de teil, want door het veelvoud tien was de emmer al vervangen. Ik ging de massa mengen en rilde altijd bij het eerste ei dat tussen mijn vingers glipte, maar dan was ik ook door en kneedde de massa tot een smurrie. Mijn moeder goot de melk erbij, ondertussen mij aansporend dat ik harder moest slaan ‘met de losse pols’. Omdat er ook gist in zat moest het beslag met een handdoek over de teil een uur tot rust komen. Wij werden gemaand niet onder de doek te kijken, omdat het beslag anders niet kon rijzen. We slopen er dan omheen om het proces niet te verstoren.Daarna bakken en alvast proeven; wat waren ze dan weer lekker. Natuurlijk at ik er teveel van maar dat wilde ik onder geen beding laten merken. Dit alleen al om de onderhandelingen voor het volgende jaar niet onder druk te zetten. Achteraf zou je kunnen spreken van een juveniele vorm van strategisch inzicht.Natuurlijk ben ik ze later ook zelf gaan maken inclusief het beslag met de losse pols.
Nu vind ik het al weer jaren te veel gedoe en ga ik ergens oliebollen kopen. Dat vergt  een zorgvuldig voorproefbeleid. Da’s ook strategie en tevens lustbevredigend.Mij aldus ook dit jaar preparerend en gezien het feit dat mijn in Engeland wonende kleindochtertjes tijdens de feestdagen bij ons logeren bedenk ik, om het aangename met het nuttige te verenigen, ze te laten kennismaken met de folklore van de oliebollen.Zekerheidshalve zoek ik de vertaling van oliebollen op, want oilbolls voelt niet goed en dat is maar goed ook, want daar heten ze ‘deep fried doughnut balls’ . De lol vergaat mij; zo’n naam smaakt toch niet.Met aan elke hand een vrolijk huppelend kleinkindje (ze zijn altijd enthousiast en zeker als er gesproken wordt over een verrassing) gaat opa op weg. De meisjes proberen “the surprise” te raden zoals prinsessenjurkjes met of zonder kroontje tot piratenpakjes met of zonder ooglap totdat de oliebollenkraam opdoemt.‘Oliebolletjes’ roept de oudste verheugd in perfect Nederlands, hoorde opa verbluft. ‘Oliebolletjes’ echode de tweede, eveneens in perfect Nederlands.‘Can I have one?’ in onberispelijk Engels.‘Yes opa, please’ eveneens onberispelijk, en van dat please wordt opa altijd week.De schatjes. Genetisch bepaalde voorliefde voor oliebollen of –tjes.We zijn nog vaak gaan voorproeven en… ik heb er nog een paar over.Strategisch inzicht?

Plaats een reactie