Nudist in coronatijd (26-8-’20)

Stel je voor je bent nudist en dol op het goddelijke en vooral naakte lijf. En dan zit je de hele dag op je werk ingepakt door knellende kledingstukken benauwd te broeien op een mogelijkheid tot bevrijding. Eigenlijk zijn nudisten de verworpenen der aarde met een niet aflatend verlangen de kledingketenen van zich af te werpen en dat kan helaas niet zo maar in de openbare ruimte met oog op het Wetboek van Strafrecht(art 430a voor geïnteresseerden). Dat is jammer voor mensen met een blotebillenwens en daarom zijn er locaties en gelegenheden alwaar het blote samenzijn in zijn geheel geaccepteerd is zonder gedoe van ‘schennis der eerbaarheid’. Dan begrijp ik mijn tante Eugenie helemaal dat zij haar corset afwerpt en compleet uit haar naakte dak gaat op de blote voet gevolgd door oom Godefroot die joechei roepend een serie kuitenflikkers van onverhulde vreugde maakt.

‘Freedom’ roept tante terwijl de wind door heur haar speelt en haar borsten doet fladderen van vrijheid. 

‘Freedom’ roept ook oom terwijl zijn testikels onbeschermd, en onbarmhartig, gezandstraald worden. Maar ja, dat is de vrije natuur en je moet er wat voor over hebben, nietwaar? Voor dat blote bedoel ik. Als het maar even kan tuffen ze naar Callantsoog alwaar ze met gelijkgestemden lekker ongebreideld kunnen bloterikken. Een enkele lolbroek, beetje gekke term voor een ongeklede grapjas, noemt oom Godefroot stikkend van plezier Godebloot, de mallerd. Oom Godefroot grinnikt dan wat gegeneerd en tante Eugenie probeert niet al te misprijzend te kijken wat met heel veel moeite toch niet lukt.

Dit jaar gaan ze voor het eerst met z’n tweetjes  naar de Côte d’ Azur. Dat was nog even spannend met al dat coronagedoe maar het is gelukt en ze zijn nu in Cap d’Agde en dat is het Mekka voor naaktlopers èn de officieuze nudistenhoofdstad van Frankrijk. Geroutineerd zetten ze hun tentje neer, al gehuld in hun blote niksjes, op de blotebillencamping ofwel het Walhalla van de naaktrecreant terwijl alles vrij en vrolijk zwaait en zwiert op de zwoele bries van de Mediterranee. Hand in hand rennen tante Eugenie en oom Godefroot de plage op en roepen gewoontegetrouw ‘Freedom, Freedom. Plots wordt het doodstil op het overbevolkte strand. ‘Oh, nee Liberté’ verbetert tante Eugenie zichzelf.

‘Zie jij wat ik zie, Go?’ 

‘Ik denk het wel, Eu.’

Eu en Go kijken nu wat bedremmeld om zich heen alsof ze hun naaktheid willen verbergen.

‘Hé, daar heb je Godebloot’ roept de lolbroek toch echt zonder broek ‘man je moet hier een mondlap omdoen en dat Genie van je ook’. Lolbroek hinnikt nu van plezier.

Tante Eugenie slaat van schrik haar hand voor haar mond maar dat is niet goed genoeg en trouwens ook te laat want in haar ooghoeken ziet ze twee gespierde en bruinverbrande maar wel degelijk gebroekte BOA’s aan komen die, soepel in de heupen, hun bonboekjes al tevoorschijn halen. Go trekt Eu mee en met de gestroomlijnde loop van de bevlogen naaktloper snellen ze al Liberté roepend de plage af. Lolbroek juicht: ‘Hup Godebloot, hup Genie(onvervalst misprijzende blik)’ en licht de BOA’s en passant de geschoeide pootjes waardoor ze eensgezind op de in alle opzichten ongeschoeide mevrouw Lolbroek terecht komen. Dit tot groot genoegen van wederzijdse partijen overigens.

Op de camping aangekomen gaat oom Godefroot op zoek naar een mondkapje dat hij voor de zekerheid had meegenomen. Onvindbaar natuurlijk. 

‘Eusje, Eusje’(niet te verwarren met de tv-trofee die in elk praatprogramma opduikt) roept oom Godefroot ongeduldig ‘waar heb jij die mondkapjes gelaten(beschuldigend), ik kan ze niet vinden( sub assertief om hulp vragend)’.

‘Mannen kunnen ook niet zoeken(oordelend) maar kijk eens in het naaimandje(vredebewarend)’.

Het is eigenlijk een vraag van existentiële aard: wat moeten twee bloterikken met een naaimandje op een blotebillencamping?

Het antwoord is simpel: daar berg je een verdwaalde mondlap op.

Het is wel even slikken voor Eu en Go. Ga je naar het Paradijs van, en als, Adam en Eva moeten al die leuke bloterds  alsnog een lapje voor. Even later zitten Eu en Go, zielsgelukkig, hand in hand met de blote billen in het zand. De gespierde BOA’s hebben zich met moeite losgestoeid van mevrouw Lolbroek die blijkbaar haar mondlapje heeft verloren in de strijd. 

‘Weet je wat pas erg is Eusje, als je als persoon, ik hou het bewust genderneutraal, je lippen hebt laten opspuiten als de canapé van Dali en dan zit je met al die lippen achter zo’n mondlap te koekeloeren.

‘Da’s pas echt erg Godeblootje’

Oef!

Plaats een reactie