Mijn oranje broek (27-4-’18)

Ooit, in een vlaag van verstandsverbijstering, heb ik eens een oranje broek gekocht.Dat was ik natuurlijk helemaal niet van plan, maar soms heb je niet alles in de hand in het leven en trof ik mezelf aan met die oranje broek die in de buitenlucht wel heel erg oranje bleek te zijn. De broek ging met een zwiep de kast in en leidde jarenlang een teruggetrokken bestaan.Totdat de straten tijdens Koninginnedag en later Koningsdag oranje begonnen te kleuren van alleen een oranjewimpel en oranje tompouce tot een hossende zee van in oranje gestoken feestvierders.Ja, en dan komt die broek weer in beeld.Op zoek naar een oranje accent, wat ik natuurlijk niet had, trof ik in de krochten van de kasten mijn oranje broek. U hoort het al. Ik spreek nu van mijn oranje broek in plaats van die oranje broek. Het begin van mijn innige band met die broek. Van noodlijdend geval tot ineens populair attribuut.De carrière van een oranjebroek. Eenmaal per jaar een optreden eind april.Gisteravond pakte ik mijn broek weer tevoorschijn.Vertederd streek ik een plooitje glad. Morgen mag je weer, ouwe jongen. Tegelijkertijd met de wimpel naar buiten.En vanochtend ging ie weer aan. Ik draaide koket met mijn broek voor de spiegel.‘Die broek die kan niet meer’ sprak mijn geliefde hardvochtig.Mijn broek en ik krompen ineen.‘Die pijpen zijn veel te wijd’.Eensgezind krompen we weer.‘Vandaag hou ik ‘m aan en volgend jaar zie ik wel weer’ zei ik en gaf mijn broek een bemoedigend klopje.‘Nou ja, als je lang genoeg wacht komen die wijde pijpen wel weer in’ was het antwoord en ik voelde mijn broek met een onhoorbare maar wel voelbare zucht ontspannen.Opgelucht dat er voorlopig weer een perspectief leek te zijn sprongen we met een joviaal pardon op de fiets op weg naar de winkel met oranje tompoezen. Mijn broek kreunde in de bilnaad maar slikte manmoedig, en ook wel solidair, elke vorm van opkomend protest in.Voorzien van de poezen en op naar de koffie voor de tv nog even een sprintje, want het licht sprong heel symbolisch op oranje.De sprint stolt tot stand.Mijn broek en ik schreeuwen van ontzetting.Reddeloze ravage.Oranje in de kettingkast.Wijde pijpen hè.Met sussende woordjes bevrijd ik mijn broekspijp van de ketting.‘Maar nou kan ik echt echt niet meer’ jammert mijn oranje broek.Daar heb ik niet direct een troostvol antwoord op.Thuis schiet mijn geliefde in de lach bij de aanblik van mijn gehavende broek en mijn aangeslagen kop.‘Nou, kan ik er tenminste een versmallend naadje in leggen’ en ze hapt gretig in haar tompouce.Die gretigheid voorspelt niet veel goeds maar mijn broek en ik zijn vooralsnog gered en storten ons Oranjegezind in het feestgewoel.

Plaats een reactie