Morgen is het zover.Dan start de 102eVierdaagse en dat betekent dat ik er 100 aan me heb voorbij laten gaan. De eerste is trouwens ook al weer negen jaar geleden. Toen ik door mijn kersverse eega over haar drempel werd gedragen, voor onze gezamenlijke kinderen het symbool dat ik vanaf dat moment was ingelijfd, nam ik het me voor: als je nu dan toch in Nijmegen woont dan loop je ook een keer die Vierdaagse. En zo geschiedde. Dank zij een gedegen voorbereiding van vele kilometers langs vele prachtige routes is die eerste keer verrassend probleemloos verlopen met gezwinde pas en verende tred.EN….. zonder blaren.Geen blaren dankzij Gehwol.Ofwel “gehe wohl” zoals het bij mij uitpakte. “Everything for the well-being of the foot” zo luidt de slogan al bijna 140 jaar.Ich gehe wohl met Gehwol zonder geblaar.Maar ja dat is al weer jaren geleden en morgen is het wel weer zover.Te weinig getraind en negen jaar ouder.Maar…. ik heb Gehwol en klamp me vast aan dat 140-jarige succes.Trouwens de stemming zit er al helemaal in. En dat komt zo.De oudste kleinzoon, de Kroonprins, is het afgelopen weekend komen logeren.En dat verzet de zinnen kan ik u zeggen. Hij heeft me laten oefenen met bepakking dwz dat hij graag opgetild wil worden tijdens onze wandelingetjes en dat is ook een vorm van training want zo’n rank jochie heeft een hoog soortelijk gewicht zegt de trotse opa. Met glijbaantjes, verstoppertje etc wordt het een complete bootcamp met de kleinzoon als personal trainer. In jaren niet zo lekker geslapen!Daarna, gisteren, op naar de Wedren en de gezelligheid dopplert op ons af.Ouwe bekenden, vers getapte biertjes en het lekkerste frietje ever.Inschrijven betekent inlijven en een polsbandje waardoor jouw unieke persoonlijkheid geminimaliseerd wordt tot een barcode. Met die bar is niks mis, maar dat terzijde. De kleur van het bandje is bepalend voor de positie op de apenrots. De ‘rooie’ lopen nu al wat met de borst vooruit met een nonchalante air en daarmee strijken ze ietwat tegen mijn hair in. In gedachten zie ik ze al strompelend en elkaar stuttend struikelend de laatste meters afleggen. Nee, ik ben niet kleinzielig en bekrompen. Ik heb, by the way, een prachtig hemelsblauw bandje dat ik toch wat achter mijn rug houd als ik in de verte een vage honduitlatende bekende tegenkom die al trots zijn rooie pols omhoog houdt (hij kan nu al bijna zijn hondje niet meer bij houden!) terwijl hij mij toeschalt: ‘welke kleur heb jij’? De impertinentie alleen al. Welke kleur heb jij?Waar gaat het over?Wat bedoelt ie?Sussend zwaai ik even geruststellend ter afleiding.Een superieur en veelbetekenend “OOOOOOOOHHH” als ik me realiseer dat ik mijn, verkeerde, hemelsblauwgepolsde arm heb opgestoken en zijn borst gaat nog verder vooruit en de kloeke kin nog meer hemelwaarts.‘Wat doet dit met je’ vraagt mijn geliefde empatisch.‘Ich gehe wohl’ en ‘volgend jaar weer geel’ denk ik niet hardop.‘Morgen gaan we het zien’ schrijf ik nu handenwrijvend.