Het heeft blote benen en het loopt in de tuin in een korte broek.Juist, u raadt het al, ‘t is geen rokjesdag en het heeft ook nog geen sarong aan.Het advies ‘blijf zoveel mogelijk thuis’ gecombineerd met het mooie weer lokt mij de tuin in en waar normaal gesproken de koene goudgele rakker wenkt terwijl de witte wijn in de koelers alvast jardineert wuif ik de lonkende gedachte weg en neem de snoeischaar ter hand. Dat snoeien is een hoogst hachelijke onderneming want dat doe je, althans in mijn beleving, nooit goed of goed genoeg. Ik weet van mezelf, ik geef dat ootmoedig toe, dat ik een onbenullig en onwetend iemand ben. Het woord tuinier bezig ik niet tenzij ik iemand bedoel die ik inschat als een persoon die het vast beter weet dan ik. En dan heb je het al gauw over grote aantallen. Vraag ik aan tien deskundigen een advies dan krijg ik er elf. En wiens advies volg je dan op zonder de andere te mishagen. Zo sta ik dus met de snoeischaar in de aanslag en een vertwijfelde blik bij de lavendel die toch echt een beurt moet krijgen. Daar is iedereen het over eens. In het voorjaar moet de lavendel goed teruggesnoeid worden. De zogeheten hoofdsnoei. Je behoort niet alleen te snoeien maar ook te toppen. De verwarring wordt nog groter wanneer je denkt wel goed te moeten terugsnoeien maar, pas op, nooit op het kale hout want dan heb je de bloei om zeep gebracht en aan een kale lavendel ontlok je ook geen bedwelmend aroma dat de luizen zo lekker afschrikt en dat is mooie bijvangst voor de rozen. Je moet dus de lavendel dusdanig millimeteren dat er ook nog wat scheuten aan zitten. Een scheut is waarschijnlijk geen top maar dat weet ik niet zeker. Tot een derde terugsnoeien(jahaaaa denk aan de toppen en scheuten)maar dan weer niet lager dan 10 centimeter. Ik aan de slag met snoeischaar en meetlat maar het resultaat oogst geen baaierd aan complimenten. Wel kreten van ontzetting, verbijstering en handenwringende taferelen. Te kort, te lang, te top, te scheut maar nooit à point en het zou nooit meer goed komen met de lavendel, jamais. De koene gele rakker lonkt nog steeds en ik smoor de onlust door met gulzige teugen het lavendelstof weg te spoelen me ondertussen bedenkend dat die prachtige lavendel in de Provence nooit gesnoeid, getopt of gescheut wordt en desondanks wild geurig en uitbundig kleurig zonder regelmatige beregening de romantiek in de diverse linnenkasten weet te ontlokken.De koene tuinier, jawel, in mij ontwaakte ter plekke en ik besloot de beregening te installeren en de waterpunten aan te sluiten op de haspels en mijn gedeukte imago als natuurman op onnavolgbare wijze op te vijzelen. Daar hoort ook een uittestprocedure bij die ik op dezelfde onnavolgbare wijze heb uitgevoerd, en passant een lekkende slang gerepareerd(jaja!) en vervolgens de tuin dan ook maar bewaterd.Met een uiteindelijk uitermate tevreden gevoel vergrijp ik me aan de aan de inmiddels perfect gejardineerde witte wijn die blozend van weelde mij berijpt van uit haar koeler met zwoele blik aankijkt. Ook deze roemer van lust ledig ik enthousiast terwijl ik met een gevoileerde blik het wuiven van de sproeiers als balsem voor het geknakte tuinmanszieltje aanschouw.
De volgende ochtend word ik, als altijd, niet te laat wakker. Ik soes nog wat na en denk met welgevallen nog even aan mijn voorzichtige rehabilitatie als debuterende ‘tuinier’.Met een schok schiet ik overeind en al mijn haar schiet in dezelfde vaart eveneens omhoog. En dat is een indrukwekkend natuurverschijnsel gezien het feit dat ook de kapper al tijden niet bezocht kan worden.De tuinsproeiers staan nog aan. Al elf uur. Dat overleeft de lavendel in de Provence niet eens. Met de onvermoede vitaliteit van de kwetsbare oudere sprint ik tuinwaarts, spring in mijn lieslaarzen en waad door de tuin naar de kraan. Een waaier aan fijne druppels sproeit troostend over mijn slaperige kop.