Een concertzaal heeft iets plechtstatigs.Een tempel van cultuur en fijnzinnigheid.Dat is niet altijd zo geweest. Met name Italië, waar zulke prachtige muziek vandaan komt, heeft een rijke historie van arena gedrag.Die arme muzikanten, als ze al boven de herrie uit konden komen, werden bekogeld met al dan niet rijp fruit, al dan niet rotte eieren of andere al dan niet harde projectielen.En als ze dan al glibberend het podium afvluchtten richtte het publiek zich op het publiek en werden op dezelfde wijze hele familievetes uitgevochten waarbij loge in het voordeel was ten opzichte van de badkuip.Bij ons in Nederland gaat het keurig.Keurig keuvelend betreedt het cultuur minnende publiek de Concertzaal.Men begroet elkaar ingetogen en spreekt met de buurman of buurvrouw op gedempte toon. En, bijna iedereen zet vanzelfsprekend zijn telefoon op stil.Men verheugt zich collectief op een mooie avond en applaudisseert gepast.Tot zover gaat het goed.Maar zodra de musici aanstalten maken te beginnen barst het geweld los.Gekuch aanzwellend tot bulderend gehoest en explosieve niesbuien. Knisperen van papiertjes van snoepjes en ulevellen.Het geweld zwakt af en de muziek vangt aan.Na het eerste gedeelte, waarin je niet klapt in verband met de concentratie van de musici, herhaalt zich het luidkeelse geweld. En zo gaat dat maar door.Uw blogger strekte zich in arrogantie over zoveel cultuurbarbarisme en keek met misprijzende zo niet bestraffende blik rond.En toen gebeurde er iets vreselijks.Een kriebel in de keel.En dat tijdens een pianissimo gedeelte van het concert.Wegkuchen zou voldoende kunnen zijn maar hoorbaar als het scheuren van de tempel.Slikken, slikken en ondertussen paars aanlopen en hopen op het fortissimo.Niets daarvan. De cello fluisterde solo.Slikken werd stikken. Paars werd dieppaars. Mijn geliefde keek ongerust.En vlak voor de schande dat ik met gierende en snerpende uithalen in een salvo van onbeheerste klanken mijzelf voor altijd onmogelijk zou maken gleed de hoestprikkel in een voile van velours naar vergetelheid.Ik blikte besmuikt in nederigheid.En tijdens de volgende collectieve hoestbui hoestte ik solidair en opgelucht mee.
Nou lees ik in de Volkskrant dat tijdens popconcerten hinderlijk ‘gebabbeld’ wordt en dat dit verschijnsel bij buitenlandse artiesten bekend staat als ‘The Dutch Disease’.Daar is een remedie voor gevonden in de vorm van de Lul-Niet-Lollie.Misschien een suggestie om bij het betreden van de Concertzaal een Kuch-Niet-Kauwgom of een Hoest-Niet-Hopje uit te delen?Overigens lees ik ook ergens anders dat ‘de nies inhouden’ levensgevaarlijke verwondingen kan opleveren zoals een keelholtescheur.Waar blijf je dan als rechtgeaarde en respectvolle concertganger?