De dag begon zo mooi.
Gepland bezoek aan zoon en nazaten.
Alarm, app om acht uur.
Snotneuzen, dus niet verstandig.
Balen, balen en nog eens balen.
Maar de dag was ook mooi.
Smeltende sneeuw op de vlucht voor de zon naar de afvoerputjes.
De zon was warm en welkom en uitnodigend.
De koesterende douche waste met vriendelijke druppels de teleurstelling weg. De dag begon mooi, even wat minder mooi, werd weer mooi en we gingen er dan ook maar iets moois van maken.
‘Wat vind je van een strandwandeling, als we dadelijk vertrekken lopen we over twee uur langs de zee.’
Hondje uitgelaten. Letterlijk en figuurlijk. En na wat verontwaardigd geblaf legde ze haar kopje berustend op de achterbank op weg naar de kust.
Alwaar de zon wat schraal en het zand nogal stuivend was.
Maar we liepen langs de branding.
Heerlijk.
Het hondje kreeg de lange lijn en kon haar geluk niet op.
De nieuwe vrijheid werd luid keffend en dartel beleefd.
Het deed me denken aan mijn eigen gedrag toen ik op kamers ging, het ouderlijk juk ontsnapte en de nieuwe vrijheid ook keffend en dartel beleefde. Laten we het daar maar op houden, dan vermoei ik u niet met onnodige details.
Natuurlijk hadden we een rugzakje met een noodvoorraadje voor hondje en ook voor ons zelve bij ons. Edoch, op zo’n mooie dag, als de zeewind door mijn kop blaast, de meeuwen schreeuwen, het hondje opgetogen blaft en zelfs mijn wandelgenote even niets zegt, kom ik in de creatieve ruimte van de ongebreidelde verlangens. In de verte doemde de toren op van het kerkje aan het pleintje langs de boulevard, zoals ik wist vanuit mijn jeugd vele eeuwen geleden, daar hadden ze, toen, heerlijke frieten in zo’n puntzak.
Langs het strand nam de gedachte aan frites iconische vormen aan.
Een puntzak vol krokante frieten, eigenlijk iets te zout maar dat is juist lekker, een enorme dot mayonaise er op waardoor je als je uiteindelijk niet meer met het houten vorkje bij de onderste frieten kon komen met vette vingers de laatste kruimels wist te bemachtigen.
Ik schetste dit culinaire verleden aan wandelgenote en ik hoorde haar slikken.
Buiten stond aangegeven dat er koffie to go met appeltaart te verkrijgen was. Jammer, maar beter dan niets in coronatijd.
Binnen bleek er ook frites verkocht te worden. Ik smoorde mijn emoties achter de mondlap en bestelde twee porties.
‘Ik kom ze u zo buiten brengen’ sommeerde de kordate uitbaatster me.
En daar kwam en kwamen ze.
Geen puntzakken maar bakjes.
Boordevol met knapperige, krokante, overheerlijke frieten met een geweldige mollige dot mayo. En een houten vorkje.
Het verleden wordt vaak in fluwelen herinneringen verpakt en komt er dan met een ‘vroeger was alles beter’ van af.
Maar deze frieten waren zo weergaloos en onnavolgbaar lekker.
Ever.
Mild en welgevoed ondernamen we welgemoed de terugtocht.
Het hondje kefte haar vrijheid, voor even, weer tegemoet ondertussen alles wat kon vliegen met opgetrokken rokken de lucht injagend.
Het bleef een mooie dag.