De vlieg

Hebt u dat nou ook wel eens?Zo’n mooie lentedag. Het groen in de natuur is al sappig en de zon schijnt lommerrijk. De tevredenheid over het bestaan en alles wat me nog staat te wachten rekt zich loom voor me uit. Al peinzend en mijmerend raak ik onder de bekoring van de schoonheid van het leven en eerlijk gezegd ook een beetje onder de bekoring van mijn eigen gedachten die ik graag mag afgrazen op de gelukkige jachtgronden van mijn vredige leven.En dan is daar ineens zo’n vlieg. Geen vliegje maar een vlieg.Een bromvlieg. Ik denk nog even, tegen beter weten in, nou ja een bromvlieg. Ach, laat lekker brommen, die vliegt ook wel een keertje op of verder. Deze niet, natuurlijk. Hij landt doelgericht op mijn krant. Ik wuif de vlieg toe en weg met de knisperende krant en hij kiest het hazenpad. Denk ik.De vlieg komt terug en wandelt doodgemoedereerd net over dat stukje tekst wat ik aan het lezen ben. Dat kan ik niet negeren en ik voel dat het persoonlijk wordt. Vastberaden sta ik op met een elan dat me zelf nog het meest verbaast en met de krant tot een krachtig slagwapen gevouwen haast ik mij naar het raam alwaar de vlieg het strijdperk kan overzien. Ik mep uit volle borst. Mis.Nog een keer. Mis. Mijn arm hangt al bijna uit de schouderkom maar dat mag ook al niet baten. Weer mis.Nou weet ik niet hoe u dat ziet maar naar mijn mening zijn vliegen inmiddels al zo genetisch gemuteerd dat ze niet meer gevoelig zijn voor de slagkracht van mijn krant die inmiddels tot een flarderige  verzameling van repen papier is verworden. Ik krijg het gevoel dat de vlieg triomfantelijk met een voorpootje naar me zit te zwaaien.Dat vraagt om grover geschut en ik ga op zoek naar de vliegenmepper die natuurlijk niet te vinden is op de plek waar hij hoort te zijn. ‘Lieve, waar ligt de vliegenmepper’ roep ik tandenknarsend neutraal.‘Kijk eens in het naaimandje’ roept ze op onschuldige toon.Het naaimandje? Wat doet een vliegenmepper in.. en ik loop weer eens te hoop tegen die onneembare wal van vrouwelijke logica.Maar ik heb de mepper, dat weer wel.Nu tot de tanden gewapend met een heuse vliegenmepper betreed ik opnieuw de arena. Aan mijn snuivende ademhaling merk ik dat de adrenaline als een woeste mistral door mijn aderen blaast en ik voel dat mijn neusgaten een lage brede stand hebben aangenomen waardoor ik er ongetwijfeld indrukwekkend en afschrikwekkend uitzie. O wee, die vlieg.De vlieg zit nog steeds rustig op zijn stekkie, het raam dus.Ik tijgersluip er op af. De strateeg in mij ontwaakt en ik schat mijn kansen in. En sla toe.Ik zie een Mingvaas vervaarlijk wankelen en de vlieg besluit ergens anders te gaan zitten en vliegt op zijn, of is het haar, dooie akkertje om ergens anders domicilie te kiezen.Ik er weer achteraan. Ik zal hem, of is het haar, krijgen.Als een Don Quichote spring ik maaiend en ook wat potsierlijk in het rond.Lieve, u weet nog wel die van het naaimandje, komt op het tumult af, overziet het slagveld en vraagt zoetsappig: ‘zal ik je even helpen?’ En zonder mijn antwoord af te wachten, daar moeten we het nog eens over hebben, zet ze het raam open en de vlieg vliegt naar buiten het sappige groen tegemoet maar niet voordat hij, of zij, nog een joviale en juichende looping heeft gemaakt boven mijn getergde en bezwete kop. De stoom komt als rood rokend salpeterzuur uit mijn oren.‘Kijk, zo kan het ook’ zegt Lieve die ik even wat minder lief vind.Ja, zo kan het ook.Hebt u dat nou ook wel eens?

Plaats een reactie