De beste stuurlui… (19-6-’18)

Zaterdagmiddag.
Lekker loom in de zon.Het terras puilt uit van appeltaart verslindende en zalmsalades verorberende winkelaars die het goede humeur besprenkelen met kelken koele witte wijn.De sfeer is zonnig en de terrassers genieten van de goede gaven van het leven.Een tachtiger die er als zestiger wil uitzien(te blond en te blinkend) komt wat luidruchtig overeind, heft haar glas en roept joviaal: ‘ik hou van jullie’.  Ze maakt er een vervaarlijk breed gebaar bij alsof het hele terras daarmee wordt aangesproken.Kijk, dat gaat mij persoonlijk iets te ver en ik kijk dan gauw een andere kant op in de hoop dat ze mij niet gaat toespreken. Gelukkig zijn er altijd anderen die ook het glas heffen en wel, hartelijk, reageren.Ik wil maar zeggen, de stemming zat er goed in toen er een autootje aan kwam tuffen en wilde parkeren. Plek genoeg op het eerste gezicht dus niets aan de hand. Edoch, de eerste poging mislukte jammerlijk en het autootje bezette zowel de parkeerplek als een deel van de straat en dat laatste tot groot claxonnerend ongenoegen.Het terras werd gewekt en strekte de nek, stootte elkaar aan en een zacht maar onmiskenbaar gegniffel golfde heen en weer.‘Die kan niet rijden’ zegt mijn geliefde misprijzend en na nog een poging: ‘zie je wel, hij kan er niks van’‘Hoe weet je nou dat het een hij is’ protesteer ik maar de rijen sloten zich toen een andere vrouw instemmend knikte naar mijn geliefde. Hij of zij kon maar beter opnieuw gaan parkeren maar met een halsstarrigheid die op zich nog wel bewonderenswaardig is bleef  de bestuurder van het autootje met horten en stoten manoeuvreren zonder ook maar een centimeter op te schieten.Het gniffelende terras ging over tot, ongevraagd, advies geven.Een alleraardigst Hollands gebruik. De beste stuurlui, nou ja u weet het wel.Daar gebeurde iets in het autootje.Het rechter voorportier zwaaide open en er katapulteerde iets zuurstokroze uit boven een tijgerprint die ons even het uitzicht benam op het autootje. Ze had ook een weelde aan zwarte krullen en een enorme zonnebril op haar neus en begon driftig gebarend aanwijzingen te geven naar de hijzij want daar zijn we dan nu nog niet uit.De zwartgekrulde, zuurstokroze tijgerprint sprong potsierlijk en roffelde met vlezige onderarmen op het arme autootje als de hijzij niet deed zoals de roze gebood.Het terras joelde inmiddels uitgelaten en huilde van de lol toen het autootje in plaats van achteruit vooruit schoot.‘Ho nou’ brulde het terras eensgezind en de tachtigjarige die er als zestigjarige wilde uitzien, te blond en te blinkend en bij nader inzien ook te bloot, kwam weer overeind met gestrekt glas en riep: ‘ik hou…’ maar werd door haar sissende dochter, of misschien wel schoondochter, weer naar beneden getrokken: ‘hou je mond ma, dat valt nu niet goed’.Ma trok haar blote, blonde en blinkende schouders op:’ het is toch gezellig’.Uiteindelijk kwam het autotootje tot parkeerstand.De zuurstokroze wierp het terras een blik toe maar door de extravagante zonnebril werd het niet duidelijk of dat een vergoelijkende dan wel een vuurspuwende blik was. De lichaamstaal van de rest van de zuurstokroze was evident geagiteerd. De tijgerprint zwaaide en zwiepte vervaarlijk en ongeduldig gebaarde ze naar de hijzij die zich nog uit het autootje moest wurmen.Het was een ZIJ. Ik probeerde niet triomfantelijk te kijken naar mijn geliefde en haar instemmende buurvrouw maar die blikten eensgezind nuffig een andere kant op.Dravend en lavend stoof het personeel het terras op en vulden nog eens aan of bij.De terrassers keken elkaar tevreden aan en hieven het glas.Ma werd indringend aangekeken.De beste stuurlui hè.

Plaats een reactie