Billy (25-1-’21)

En ineens dwarrelde Billy bij me binnen.

Zo maar.

Op een zondagmorgen luisterend naar de radio. 

Billy was een klasgenoot op de lagere school.

En hij was heel populair zonder daar iets voor te hoeven doen. Sommigen hebben dat. Iedereen wilde wel vriendje met hem zijn. Ik ook.

Zo populair dat hij op iedere verjaardag in de klas werd uitgenodigd en dat betekende 29 cadeautjes per jaar. Te veel voor de huishoudportemonnee van zijn moeder. Dus hij kwam wel maar dan zonder cadeautje.  Dat was jammer natuurlijk maar toch bracht hij een keer een dropveter mee, zo’n opgerolde met een gekleurd snoepje in het midden. Prachtig.

Ik vond dat ik een speciale band had met Billy omdat we allebei op een zelfde eiland van de gordel van smaragd waren geboren. Hij als autochtoon en ik als allochtoon alhoewel we in die tijd daar geen aandacht aan schonken. Het was veel belangrijker dat hij heel goed kon voetballen en ook geweldig in gymnastiek was. Wat Billy nog veel meer aanzien gaf was het gegeven dat hij zo flink was dat nog nooit iemand hem had zien huilen.  Als je hem er naar vroeg of het waar was dat hij nooit huilde glimlachte hij wat, trok zijn schouders op maar zei niets. Waardoor zijn status alleen maar legendarischer werd.

Toch heb ik hem één keer zien huilen.

We waren op welpenkamp ergens in Brabant op een boerderij. Slapen op een luchtbed met zijn allen op de deel waar ’s winters de koeien stonden. Dat was dan ook nog steeds te ruiken. Evenals de plee die achter een deur met een ‘hartje’ gierend meurde. Op de gezellige stank was een ongezellige zwerm wespen afgekomen die besloten had het leven van de welpjes te verzuren. Bijna iedereen werd wel eens gestoken en er werd veel gehuild met gierende uithalen. Al die stoere welpen een week van huis zonder hun moeder. Plots ging de mare door het kamp: Billy is gestoken en…. hij huilt.

We hielden allemaal onze adem in en luisterden ingespannen maar we hoorden niets. Ik ging op zoek en vond Billy op zijn luchtbed. Hij huilde, geen gierende uithalen maar ingetogen met zachte snikjes, en werd getroost door de Akela. Zijn heldenstatus werd alleen maar heroïscher want als Billy huilde moest het wel heel erg zijn. Later vertelde hij dat er een wesp zijn broek was ingekropen. Nietsvermoedend krabde hij waardoor de bedreigde wesp zeven keer toestak. Een dergelijke armada aan wespensteken rechtvaardigde een paar tranen vonden wij als groep. Grootmoedig als we waren.

Billy glimlachte, trok zijn schouders op en zei niets.

Later bleek dat Billy en ik allebei na de zomervakantie van school zouden veranderen. In de vijftiger jaren was emigreren hot en hij ging met zijn familie naar Californië en ik zou met ons gezin naar de Antillen verhuizen. Hij vertelde me dat Indische Nederlanders naar Californië gingen en dat de andere Nederlanders voor Canada kozen. Waarom? Wisten we niet, maar daar zochten we niets achter. Dat hoefde ook niet.

Bijna zestig jaar later google ik Billy. Hij woont nog steeds in Californië. Er is ook een foto. Aardige kop die je met een vriendelijke blik aankijkt. Er staat bij dat hij vorig jaar is overleden.

Op zijn verjaardag.

Ik weet niet wat ik daar van moet denken.

Misschien zou Billy desgevraagd even glimlachen, zijn schouders op trekken en niets zeggen.

Plaats een reactie