Bedrukt (1-5-’20)

Ze kijkt wat bedrukt.Het Gerard Cox-kapsel hangt wat flets en futloos.Ik zou ook bedrukt kijken als ik een Gerard Cox-kapsel zou hebben. Ik moet er niet aan denken. Zo’n scheiding in het midden en van die harige baldakijngordijnen aan weerszijden. Als prille boomer is mijn kapsel in de jaren vijftig gebeeldhouwd door middel van een bloempot en een messcherpe scheiding ter linker zijde. Alhoewel, tegenwoordig, onder auspiciën(zeg maar gewoon druk) van het vrouwelijk schoon in mijn directe omgeving rukt mijn scheiding op naar het door mij zo gevreesde midden. Onder auspiciën van het afnemende testosteron is mijn ooit zo messscherpe scheiding verworden tot een wanorde aan kruinen die geen raad meer met zichzelf weten. En ik ook niet als ik ’s ochtends de zooi in model tracht te kneden en te gellen. Schikken noem ik dat eufemistisch. Schrikken zou toepasselijker zijn en ik sprint weg van mijn spiegelbeeld als ik het best haalbare effect heb bereikt en kijk de rest van de dag niet meer in de spiegel. Maar nu, nu in tijden van corona, ben ik gedoemd tot beeldcommunicatie en zie ik mijzelf soms in pasfotoformaat dan tot beeldscherm vullend in de volle glorie inclusief de inmiddels uit de gel gezakte baldakijnen als treurgordijnen die evenwijdig hangen aan de gerimpelde draperieën die er van mijn ooit zo levenslustige oogleden zijn overgebleven. Maar goed, ik dwaal af geloof ik.Ze kijkt wat bedrukt.Ik ga er eens rustig voor zitten. Zo ken ik haar niet, altijd zo kwiek en uitdagend.Ze kijkt me aan met melancholische, grote bruine ogen.‘Wat is er aan de hand met je?’Ze wappert met haar wenkbrauwen als wuivende korenhalmen.‘Heb je niet lekker gegeten.’Ze gaapt luidkeels.‘Heb je last van corona?’ (ik probeer maar wat)Ongeduldig duwt ze met haar natte neus tegen mijn hand.‘Wil je uit?’Kijk nou heb ik het begrepen.Vrolijk blaffend rent ze voor me uit en samen huppelen we naar buiten. En Gerard Cox wappert gezellig mee.

Plaats een reactie