Bachofiel (30-3-’18)

Het moet er maar eens uit.Ik voel wel schroom hoor.En zeker in deze Goede Week.Daar komt ie dan.Zit u stevig en geaard.Vooruit.
Ik ben geen Bach-fan.
Men wendt zich met onbegrip en vol afgrijzen van me af als ik dit onthul.Wellicht haakt u als lezer nu ook af.Of u wilt mij overtuigen:‘Bach is geniaal.Als geen ander weet hij intellectuele ernst met ongeëvenaarde schoonheid te vermengen. In het contrapunt en harmonische organisatie vindt hij zijn talent’.En misschien is dàt wel waar ik bij Bach tegen aan loop.Die organisatie.Zo mathematisch.Muzikaal keurslijf.Geharnast staccato.Zo strak, geen ontsnappen meer mogelijk.
Maar ook, waarom word ik niet zo geraakt als zovelen?In een vorig leven ging ik wel mee naar ‘de Matthäus’. En toen dat vorige leven op ging houden troostte ik me zelf dat ik ook nooit meer naar die Matthäus zou hoeven te gaan.En luister ik in de week van de Passie naar het requiem van Verdi, Fauré en Berlioz en Ein Deutsches Requiem niet te vergeten. Voor mij ontroerend mooi en bloedstollend.Tot op het bot.
Is er dan niets wat ik mooi vind van Bach?De retoriek van de vraag ligt in het antwoord.Toccata in Fuga(zondagochtendritueel bij mijn ouders) en natuurlijk het ‘Erbarme Dich’ en ‘Mache Dich Mein Herze Rein’, om maar een paar voorbeelden te geven, vind ik prachtig.Wie weet is er toch nog hoop voor deze Bachofobe ziel van mij.Vanochtend neuriede ik mee met het openingskoor van de Matthäus.Ik ga de mystiek van het contrapunt maar eens ontrafelen.En dan op zoek naar de lyriek achter de mathematiek.Van worsteling naar verwondering.Luctor et emergo en wie weet komt er ooit nog een schoongewassen Bach-zieltje in mij naar boven.
Om in stijl te blijven: ‘heb medelijden met deze arme ziel’.

Plaats een reactie